Silvia Leone, Iris van der Moolen en Franka te Lintel Hekkert rolden van verschillende kanten in het vak. Wanneer wisten zij dat zij (interieur)architect wilden worden, wat zijn hun ambities en wie zijn hun voorbeelden?
team captain
Iris werkt op de tenderafdeling en is bezig met haar BEP. Al jong besefte zij hoe betekenisvol gebouwen konden zijn - haar vader werkte bij een grote aannemer en nam haar geregeld mee naar de bouwplaats. Iris zou graag groeien naar de rol van ‘team captain’, om ideeën aan te dragen en op de planning te letten, contact te hebben met opdrachtgevers en binnen het bureau de juiste mensen te verbinden om een ontwerp verder te brengen. “Die veelzijdigheid en verantwoordelijkheid passen bij mij. Dat ik nog geen officiële architectentitel heb wil trouwens niet zeggen dat ik geen verantwoordelijkheid krijg. Laatst heb ik een tenderontwerp gepresenteerd, omdat ik dat van binnen en van buiten kende. Ik probeer dan altijd af te wisselen tussen serieuze materie en een luchtiger onderwerp, zodat het geen eentonige presentatie wordt.”
overleefhutje
Franka’s route tot interieurontwerper liep via de Willem de Kooning Academie. In een periode dat er weinig werk was voor ontwerpers studeerde zij toepasselijk af met een ‘overleefhutje’. Het werk als ontwerper bij cepezedinterieur bevalt goed. “Ik ging er altijd vanuit dat ik liever met mijn handen bezig was. Nu werk ik achter de pc en loop ik op de bouw, die variatie is leuk. Dat we voor veel projecten uitgaan van hergebruikt materiaal sluit aan bij wie ik ben. De gebondenheid die werken met bestaand materiaal met zich meebrengt zie ik als een uitdaging, het vraagt veel creativiteit. Ik zou graag verantwoordelijk zijn voor de loop van het hele ontwerpproces - en het overeind houden van de kern van een ontwerp - maar zoek nog een beetje naar de beste balans tussen die rol en mijn moederschap.”
plek van herinneringen
Silvia werd al jong professioneel muzikant. De wens om economisch onafhankelijk te zijn en vanuit Italië de wereld te kunnen ontdekken resulteerde in een extra studie architectuur. Bij cepezed is zij een van de projectleiders van een grootschalige, complexe renovatieopgave met nieuwbouw. Het fascineert Silvia dat je als architect deel bent van de levens van anderen. “Je ontwerpt iets tastbaars en tegelijkertijd maak je iets ontastbaars: harmonie, een emotie, herinneringen.” Silvia ziet haar huidige positie in het team als een kans om extra diversiteit te brengen in de manier van leidinggeven. “De architectuurwereld loopt wat dit betreft een beetje achter. Door mijn eerdere ervaringen, als jonge architect, vind ik het belangrijk om teamwork te bevorderen. Als je uitgaat van gelijkwaardigheid gebeurt het werk bovendien efficiënter en het zorgt voor een fijne sfeer.”
eerste liefde
Gevraagd naar voorbeelden, zijn Lina Bo Bardi en Zaha Hadid namen die vallen. Iris: “Niet dat ik dezelfde ontwerpen als Hadid zou willen maken, maar je denkt bij haar gebouwen wel ‘wauw, wat is dit!?’. Ze kwam uit het Midden-Oosten en heeft in Londen carrière gemaakt tussen de mannelijke concurrentie.” Silvia noemt Lina Bo Bardi een van haar ‘eerste liefdes’: “Zij had een ongebonden manier van denken, werkte met ruwe materialen en minimale middelen, en richtte zich met haar ontwerpen op de samenleving.” Franka vindt een zekere dwarsigheid belangrijk, zoals in het werk van Joep van Lieshout. “Ik houd net als Det van Oers (het hoofd van cepezedinterieur) van ontwerpen die op een grappige, positieve manier een beetje schuren en aanzetten tot nadenken. Eigenlijk is Det ook een voorbeeld voor mij.”