Links klein
Engels Mail
Rechts klein

bna kubus uitgereikt aan cepezed

Op vrijdag 12 december 2008 is de BNA Kubus uitgereikt aan cepezed, hieronder het juryrapport:

De opdracht aan de jury van de BNA Kubus 2008 was even helder als uitdagend: de voordracht voor 'een oeuvreprijs voor een architect die van bijzondere betekenis is voor de Nederlandse architectuur door het excellente vakmanschap dat blijkt uit zijn of haar gerealiseerde werk.'

Zoals het bij prijzen van enige importantie hoort, heeft deze opdracht tijdens de jurybijeenkomsten geleid tot haast existentiële discussies over de aard en reikwijdte van ons vak. Want wat is architectuur eigenlijk, en wanneer is iemand een architect? Is er een ‘Out There’, een ‘Beyond’ voorbij het bouwen en voorbij het ontwerpen waar nog steeds sprake kan zijn van ‘architectuur’? Het zijn vraagstukken die dit najaar het onderwerp waren van een complete Internationale Architectuur Biënnale, dus die lost een jury niet op in een paar bijeenkomsten. En als een dergelijke architectuur bestaat, hoe verhoudt die zich dan tot zoiets als ‘vakmanschap’? Wat is dat eigenlijk, architectonisch vakmanschap? Niet zo maar vakmanschap, nee ‘excellent vakmanschap’. Heeft dat te maken met ontwerpintelligentie, of met bouwintelligentie? Of met beide?





Wat moeten we in dat verband verstaan onder ‘gerealiseerd werk’? Een afgerond ontwerp, want dat is toch de letterlijke ‘blauwdruk’ waarin het vakmanschap – als het goed is - verankerd ligt? Of gaat het toch ook om de vaardigheid om een dergelijke ‘blauwdruk’ door het steeds complexere geheel van regelgeving, onderhandeling en bouwplaatslogistiek te loodsen, om een combinatie van ontwerp- en bouwintelligentie? Wat moeten we trouwens verstaan onder Nederlandse Architectuur? In Nederland gebouwd? Door Nederlandse architecten? Dat is door de toenemende internationalisering zo langzamerhand een onhoudbaar standpunt geworden. En om alles in een nog uitdagender licht te stellen gaat het niet om een persoon of een project dat incidenteel boven alles uitstijgt. Nee, het gaat om een oeuvre, om het gedurende langere tijd vakkundig en consistent produceren van architectonische kwaliteit - in de breedte, met diepgang en met betekenis. Je vraagt je af hoe al die jury’s in het verleden ooit een kandidaat hebben durven voordragen.

Toch was dat ook voor deze jury, ondanks - of misschien juist wel dankzij - het stellen van deze existentiële vragen, minder problematisch dan gedacht. Op de keper beschouwd mag Nederland zich gelukkig prijzen met een aantal architecten die een consistent en volwaardig oeuvre hebben opgebouwd. De jury heeft deze architecten en hun werk in de voorbesprekingen benoemd en uitvoerig tegen elkaar afgewogen. Een aantal van hen zal ongetwijfeld in de toekomst worden gelauwerd. Maar niet nu, want er kan er maar één de BNA Kubus in 2008 krijgen, en de jury is overtuigd en unaniem van mening dat die eer toekomt aan cepezed.

cepezed heeft in de vijfendertig jaar dat het bureau bestaat een indrukkend oeuvre opgebouwd. Een oeuvre dat niet alleen bestaat uit de technisch hoogwaardige nieuwbouw waarmee het bureau bekendheid verwierf, maar dat ook opmerkelijke staaltjes van stedenbouw, hergebruik en zelfs restauratie bevat; in Nederland en opmerkelijk vaak ook in het buitenland. Een herkenbaar en consistent oeuvre, met breedte en diepgang, getuigend van vakmanschap en om meerdere redenen van betekenis voor de Nederlandse architectuur. cepezed is geen bureau dat elke maandagochtend een nieuwe architectuur uitvindt of amechtig achter de nieuwste trends aanloopt. Het bureau startte met een uitgesproken houding van oprichters Michiel Cohen en Jan Pesman ten aanzien van de architectuur, de vakuitoefening en de verantwoordelijkheden van de architect. Het bureau heeft die houding al die jaren consequent volgehouden, ook met de recente komst van partner Ronald Schleurholts, en met de oprichting van de zusterbedrijven Bouwteam General Contractors en cepezed systems.

Deze houding komt wellicht het meest overeen met die van de aloude bouwmeester. Iemand die het vak nog in al zijn breedte wil beheersen en die het proces van opdracht tot oplevering wil controleren, die zich door adviseurs niet zo maar de les laat lezen, maar vaak zelf met constructie- of klimaatbeheersingsoplossingen komt, die desnoods zelf de bouwverantwoordelijkheid op zich neemt; kortom een generalist die zich niet tot esthetisch adviseur laat marginaliseren. Alleen al vanwege die houding mag cepezed een inspirerend en hoopgevend voorbeeld worden genoemd in de hedendaagse bouwcultuur, waar het geklaag over de verloren positie van de architect niet van de lucht is. Als die positie al verloren is, dan toont cepezed aan dat dat verlies niet vanzelfsprekend is. Met gedegen vakkennis, ontwerpintelligentie en lef valt er nog een wereld terug te winnen.

cepezed excelleert op het bouwtechnische vlak. Het plezier in het maken is evident. Ook in dat opzicht volgt cepezed een oude traditie, die van de ingenieur/vernufteling, of – in wat hedendaagser bewoording – cepezed is bij uitstek een technisch innovatief bureau. Het heeft gepionierd in nieuwe technieken. Het heeft zelf een aantal bouwcomponenten ontwikkeld en in een reeks van projecten doorontwikkeld. Het is evenmin een geheim dat cepezed een groot voorstander is van industrialisatie in de bouw. Het bureau heeft op dat gebied in Nederland een voorhoederol gespeeld. cepezed stond bijvoorbeeld aan de wieg van Booosting, de vereniging voor innovatie in de bouw die dit jaar 20 jaar bestaat. cepezed heeft ook gepionierd op het gebied van duurzame architectuur, met name wat betreft de reductie van materiaal en afval in de bouw en de zoektocht naar natuurlijke ventilatie in een ‘installatieloos gebouw.’Maar het zou onterecht zijn om cepezed als louter technisch vaardig te kwalificeren. De soepele, ‘probleemloze’ integratie van techniek in architectuur is juist kenmerkend voor het oeuvre. Techniek is daarbij steeds het middel, architectuur het doel. Bij cepezed daarom geen ‘architecture beyond building’. De daad van ontwerpen en bouwen en het resultaat architectuur zijn één en ondeelbaar.

Het is vooral de architectonische kwaliteit van het werk van cepezed die in toenemende mate bewondering oproept. Deze architectuur kan wellicht het best worden gekarakteriseerd door het efficiency-adagium van Buckminster Fuller: ‘Meer doen met minder’. Beperking is het sleutelwoord. Beperking in materiaal; cepezed werkt het liefst in staal en glas. Beperking in detaillering; cepezed detailleert overbodigheden graag weg, iets wat overigens alleen met grote technische vaardigheid en materiaalkennis mogelijk is. Beperking in installaties; cepezed laat het gebouw graag zélf ademen, koelen en verwarmen, en als kanalen of leidingen nodig zijn, dan worden ze weggewerkt in constructieonderdelen. En vooral beperking in ruimtelijke complexiteit; cepezed vertaalt een ingewikkeld programma veelal in een eenvoudig, transparant en overzichtelijk ruimtelijk stelsel. Vooral door deze beperking van materiaal, detaillering, installaties en ruimte-orde is de architectuur van cepezed in de loop der jaren gestaag geëvolueerd en sterker geworden. In de beperking is in de meest recente gebouwen een meesterschap bereikt, dat inmiddels verder gaat dan Rietvelds ‘weelde van de eenvoud’. Misschien kunnen we hier beter spreken van een ’magie van de beperking’. Want magisch is de ijlheid van de ruimtes, het prachtige licht, en betoverend de beheersing van spiegeling en transparantie. En dat alles zonder concessies aan het comfort of aan de functionaliteit. Een bewonderenswaardig, poëtisch oeuvre, even modern als tijdloos, even eenvoudig als spectaculair.
Links klein
Rechts klein