column: actief

Onlangs kwam ik, verveeld zappend langs een van de vele commerciële zenders, bij een programma over huizen. Het ging in dit geval over een stel dat zelf een huis bouwde op basis van de passiv-haus principes. Mijn aandacht was getrokken.

U kent het ongetwijfeld. Extreem geïsoleerd en voorzien van een installatie waar die van de gemiddelde kantoorkolos triest bij afsteekt. En vooral luchtdicht, zeg maar gerust potdicht. Met een beetje geluk mag eens per dag de voordeur open. Natuurlijk ken ik ook de trias energetica (voorkom verspilling, gebruik duurzame energie en beperk gebruik fossiele brandstoffen) maar dit slaat echt door. De eigenaar cq bouwer van het huis in het bewuste programma beweerde weliswaar slechts voor 10 euro aan energiekosten te hebben per maand maar een raampje openzetten dat mocht niet. Want dan zou het systeem in de war raken. Tot overmaat van ramp werden er waanzinnig grote hoeveelheden aan bouwmaterialen in het huis verwerkt. De bewoner gaf dan ook aan dat het aanzienlijk duurder was om passief te bouwen.

Ik begrijp niet dat nu we eindelijk af lijken te zijn van de trend waarin louter installaties het binnenklimaat bepalen en we nota bene net in staat zijn nieuwe sick building syndrome gevallen te voorkomen, er nog steeds stromingen zijn die door machines beheerste, dichtgeplakte dozen propageren.

Ik zou daarom een nieuwe stroming willen initiëren: actief-bouw, lekker op zijn Nederlands. Een ontwerpfilosofie waarbij het doel is om zoveel mogelijk energie zelf op te wekken en maximaal gebruik te maken van de buitenlucht voor klimatisering. Het raam mag ook af en toe dicht. Actieve meedenkers gezocht. Wie doet er mee?


Joost Heijnis, bouwtechnoloog cepezed, Delft

Gevelbouw 6 2015