Op de Binckhorst in Den Haag wordt de laatste hand gelegd aan het Eenheidsbureau van Politie. Dit betekent onder meer dat het ‘samenwerkgebied’ op de vierde verdieping zijn definitieve vorm krijgt. Onlangs werd hier op een muurvlak van tachtig vierkante meter een viltkunstwerk van Petra Vonk opgehangen: een zacht, groen accent tussen een podiumtrap en een glazen tussenwand. We vroegen Petra naar het verhaal erachter.
Had je van tevoren een idee van wat je wilde maken?
Dat is niet de manier waarop ik werk, ik ontwerp al experimenterend. Ik schets door te snijden en stansen in vilt, papier en weef erdoor met satéprikkers. Zo zoek ik naar ritmes en patronen in het oppervlak die aansluiten bij de lijnen van een gebouw. Van de vijf structuren die hier uitrolden, onderzocht ik vervolgens hoe het uitpakt als je ze opschaalt.
Je kreeg dus de vrije hand bij het ontwerpen?
Grotendeels, ik ging in eerste instantie wel uit van het kleurenpalet voor het interieur van het Eenheidsbureau. Die blauwtinten en beiges heb ik losgelaten omdat ze op deze plek weg zouden vallen. Tijdens het experimenteren gebruikte ik de groene stroken die over waren van een ander werk en nog in mijn studio lagen. Groentinten zijn een prettige kleur voor een kantooromgeving. Het werden uiteindelijk zes tinten: een organisch-achtig kleurspektakel dat lijkt op een plantenwand.
Wat fascineert jou aan vilt?
Het is honderd procent eerlijk, natuurlijk materiaal, dat vind ik belangrijk. Net als de herbruikbaarheid: mijn werken kunnen helemaal uit elkaar en alles kan worden hergebruikt. Het fascinerende is dat wol een soort geheugen heeft, wist je dat? De draad van het schaap kroest, dat geeft een plat stuk vilt stijfheid. Vilt wil altijd terug naar die platte situatie. Je hebt hitte nodig om het te vouwen. En hoe dikker het is - dus hoe meer kroes er is vervilt - hoe eigenzinniger het zich gedraagt. Ik heb veel materialen uitgeprobeerd, het meeste ging scheuren of lubberen. Al heeft ook vilt een limiet merkte ik toen ik er met een hoog werk een keer te veel van vroeg.
Bij het Eenheidsbureau gaat het om tien meter hoogte, hoe los je dat op?
Het vlechtwerk wordt opgespannen in zes bamboeframes. De horizontale lijnen sluiten aan op de drie verdiepingen in de ruimte, waardoor er een subtiele verbinding ontstaat met de architectuur. Hoewel deze verdeling deels voortkwam uit praktische overwegingen vanwege het formaat, versterkt het uiteindelijk juist de esthetiek: de overgang tussen geometrisch en organisch sluit aan op de verdeling van de vlakken. Door uit te gaan van panelen is het werk bovendien klaar als het de studio uitgaat - ik kan het dan rustig zonder pottenkijkers helemaal afmaken.
De brede stroken en de manier waarop je het hebt opgehangen zorgen voor een mooi 3D-effect.
De panelen zijn zo’n tien, vijftien centimeter van de muur af geplaatst, dat geeft lucht. De wand erachter is lichtgrijs geverfd, aan de hand van een opstelling met verschillend gekleurd papier bleek dit de beste kleur. Het daglicht en de lampen zorgen voor mooie schaduwen op de muur, met een lichtere kleur was het contrast te groot geweest.
Heeft je werk voor het Eenheidsbureau naast ritmes en lijnen nog een andere relatie met de architectuur?
Het is niet bedoeld om één te worden met de architectuur, als je dat bedoelt. Het is meer een statement piece waarbij de overgang van geordend en ritmisch aan de ene kant naar natuurlijk en organisch aan de andere kant het ontwerp spanning en karakter geeft. De linker- en rechterhelft gaan hierbij een duidelijke dialoog met elkaar aan en met de architectuur.