menu sluiten

3D, wat doe je ermee?

‘’Vorm is gratis, materiaal is duur,’’ zeggen innovators in het 3D-printen regelmatig. De belofte van de parametrische, computergestuurde 3D-printtechnieken is volledige vormvrijheid bij een minimaal materiaalgebruik.

In een van mijn vroege columns toonde ik mij enthousiast over de ontwerpen voor 3D-geprinte stoelen, tafels en bruggen die kunstenaar Joris Laarman maakt. Zijn ontwerp voor een voetgangersbrug destijds te zien in het Groninger Museum, had een ranke, takachtige en efficiënte constructie. Net als structuren in de natuur bevatte het alleen materiaal waar krachtlijnen dat vereisten. Maar de 3D-geprinte brug van zijn hand die recent in Amsterdam werd geplaatst, breekt met die benadering. Het is een vrij plompe, bijna massieve klomp staal geworden die de Oudezijds Achterburgwal overspant. Dat had met een simpel gewalst profieltje en plaatstaal makkelijker en eleganter gekund.

Afgelopen week droeg een stuk in Cobouw 3D-betonprinten aan als oplossing voor betaalbare woningbouw op Curaçao. Ook hierbij heb ik zo mijn twijfels. Betongeprinte woningen met massieve gevels en binnenwanden lijken me niet zo materiaalefficiënt. En al helemaal niet toekomstgericht; je kunt ze immers niet makkelijk uitbreiden of aanpassen in indeling. Onderdelen vervangen dan wel upgraden of het gebouw een andere functie geven is ook niet zo eenvoudig. Aan het eind van de levensduur rest bovendien niets dan de sloopkogel; van demontage, hergebruik en/of recycling zal geen sprake zijn.

3D-printen is inmiddels een bewezen techniek. Maar beter dan grote monolitische structuren als bruggen of gebouwen maak je er juist unieke elementen als vernuftige verbindingsknopen mee. Daarin ligt wat mij betreft de grootste potentie. Slimme, losmaakbare knopen en verbindingen vormen dan de sleutel tot nieuwe mogelijkheden voor adaptieve gebouwen samengesteld uit drooggemonteerde componenten. Techniek, esthetiek, toekomstwaarde en duurzaamheid gaan daarbij nauw samen.

Ronald Schleurholts, architect-partner cepezed

Cobouw, 20 oktober 2021