menu sluiten

de zwarte stad

Waren er in de middeleeuwen blogs geweest, dan had de stedeling zich daarin vast beklaagd over al die nieuwerwetse baksteenbouw in zijn stad. Tot dan toe was immers hout de standaard. De grote stadsbranden leidden tot de eis van stenen scheidingswanden en uiteindelijk tot volledig bakstenen gebouwen, zoals onze roemruchte grachtenpanden. De stad kleurt zo mee met maatschappelijke regelgeving en technische ontwikkelingen.

Gaat onze huidige focus op duurzaamheid weer resulteren in een houten stad? Die zou dan ‘groen’ moeten zijn, maar vooralsnog lijkt de regelgeving meer richting een ‘zwarte’ stad te sturen: ze leidt tot gevels vol zonnepanelen. Aangescherpte normen verplichten sinds 1 januari veel energieopwekking op de eigen kavel van ieder project. Energieneutraliteit of zelfs 0-op-de-meter haal je niet met alleen beter presterende gebouwen, WKO-installaties en warmtepompen; zonnepanelen sluiten de som.

Grote utiliteitsgebouwen op kleine binnenstedelijk kavels hebben daarvoor alleen onvoldoende dakoppervlak. Tegen hittestress en voor biodiversiteit en waterretentie eisen kavelpaspoorten bovendien vaak voor de helft van het oppervlak een polderdak met groene beplanting. Ook dit verdringt zonnepanelen van het dak naar de gevel.

Daarin zijn ze weliswaar netjes en esthetisch op te nemen, maar al die zwarte panelen zullen toch een behoorlijke visuele weerslag op de stad gaan hebben. Fabrikanten ontwikkelen al zonnepanelen met een kleurtje of zelfs klimoppatronen, maar ligt daarin nou echt een robuuste en duurzame oplossing?

Ten eerste is de opbrengst van panelen in een verticaal vlak beduidend lager dan die van panelen op een horizontaal dak. Ook is de levensduur van zonnepanelen aanzienlijk korter dan die van de gemiddelde gevel waarin ze geplaatst worden; hoe losmaakbaar, onderhoudbaar en aanpasbaar zijn die gevels dan op termijn? Vanuit de MilieuPrestatieGebouwen weten we bovendien dat de hybride samensmelting van materialen in een zonnepaneel slecht scoort qua milieubelasting.

Uiteindelijk lijkt het zowel praktisch als esthetisch misschien verstandiger de energievraag niet gefragmenteerd per kavel op te lossen maar echt meer integraal op wijk- of stadsniveau, met zinnige bijdragen van de individuele gebouwen.


Ronald Schleurholts, architect partner cepezed

Cobouw, 19 maart 2020