menu sluiten

macht en tegenmacht

Al sinds de verkiezingen gonst het in Den Haag over macht en tegenmacht; de balans tussen de wetgevende en de uitvoerende macht. De roep is om herstel van het dualisme tussen kabinet en parlement. In een coalitieland als Nederland zijn regeerakkoorden doorgaans vuistdik en tot in detail uitonderhandeld. Met als resultaat een vleugellamme kamer; voor nieuwe inzichten en open debatten bestaat vier jaar lang geen ruimte meer. Het huidige formatieproces vaart daarom vooralsnog op het inmiddels befaamde A4-tje met hoofdlijnen. En vervolgens op vertrouwen in gezamenlijke visie en overtuigingskracht binnen de kamer.

Ook de bouw zoekt driftig naar dunnere contractvoorwaarden zonder de traditionele dikke bestekken. Ook hier beweegt men zich naar meer ruimte voor vertrouwen en de gezamenlijke ontwikkeling van voorwaarden tussen bouwer, opdrachtgever en adviseurs. Als bouwteamlid kunnen uitvoerende partijen bijvoorbeeld meeschrijven aan de contractuele basis voor de realisatie; met hopelijk meer draagvlak en minder meer-minderwerkdiscussies. Om binnen de hoogconjunctuur nog aantrekkelijk te zijn, maken opdrachtgevers hun uitvragen daarbij vaak risicoarm voor de bouwer.

Dit soort mooie experimenten hebben de potentie voor een nieuwe relatie en meer synergie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Maar in de praktijk hebben bouwers doorgaans nauwelijks verantwoordelijkheden of verplichtingen in zo’n bouwteamfase, terwijl ze eenmaal geselecteerd geen serieuze concurrentie meer hebben. Tussentijds afscheid nemen is immers zelden een reëel scenario. Zo ontstaat een onevenredige afhankelijkheid en ligt de macht uiteindelijk toch vaak bij de uitvoerende partij. Die de opdrachtgever vervolgens gevangen houdt met kosten-, tijd-, imago- en procesconsequenties.

De lossere structuur leidt zo vaak juist tot extra ruis en discussie: er is vooral sprake van macht en heel weinig tegenmacht. Uitgangspunten mogen best bondig geformuleerd zijn, maar mogen niet te vrijblijvend zijn. De crux zit hem niet zozeer in het aantal A4-tjes, maar vooral in wat daarop staat en wie er welke taken op krijgt bedeeld.